Help nu mee!Doneer!

Jeannet de Jager

voorzitter | zangeres & zangdocent | organisator zangreizen

Lees Jeannet's verhaal

Als liefhebber van Jazz, Soul, Blues en Gospel stond West-Afrika, waar de oorsprong van deze muziek te vinden is, al lang op mijn verlanglijstje. Dus toen de mogelijkheid zich voordeed om samen met collega zangdocente Elly Machtel en Senegal-kenner Michiel Buur een zangreis naar Senegal te organiseren was de zaak snel rond en op 2 november 2012 vertrokken we met 10 zangers naar Senegal.

Ons huis lag pal aan zee en de eerste ochtend gingen we direct de zee in. Ik genoot van de omgeving, de zon en de kracht van branding. Er spoelde een jurk aan. Ik kreeg een akelig gevoel. Van wie was die jurk? En waar was de vrouw van deze jurk nu? Liep ze op de markt in Dakar? Of…? Er doemden bij mij beelden op van lege Pirogues, de kleurig beschilderde Senegalese vissersbootjes, die aanspoelden in Zuid-Spanje. Was de plek waar wij stonden een goed vertrekpunt als je het ’overzee’ wilde proberen? Hoe zou het zijn om je vrienden en familie achter te laten en in een boot te stappen, op weg naar misschien een betere toekomst? Hoe voelt het om je leven op het spel te zetten voor meer mogelijkheden? Toen er later ook nog een kinderjasje aanspoelde zag de dag er opeens heel anders uit.

In de 10 dagen dat we in Senegal waren heb ik genoten van de landschappen, de mensen, de dieren, de geuren en kleuren, de winkeltjes op de kruispunten, de baobab-bomen, en vooral van de enorme spirit waarmee mensen muziek maakten en dansten.

Op onze laatste dag bezochten we het museum op het slaveneiland Gorée. Daar zag ik foto`s van Senegalezen die ten tijde van de slavenhandel ‘om en om’ (want dan konden er meer in) in de boten werden ‘verscheept’ door hun overheersers (waaronder Hollanders). Waren de voorouders van Ray Charles en Aretha Franklin, die dagelijks in mijn oor zongen, destijds ook zo vervoerd? De mensen die nú het land verlieten deden dat uit vrije wil, maar hoe vrij is die keus eigenlijk?

In die week leerde ik een meisje uit het dorp kennen dat mijn speciale aandacht trok. Op het dorpsfeest kwam ze bij me op schoot zitten en was vervolgens niet meer bij me weg te slaan. Als ik opstond liep ze mee, en toen ik na het dorpsfeest met m`n kleine pianootje terug naar ons huis ging, pakte ze me bij m`n hand en bracht me door een wirwar van steegjes tot aan de poort van ons huis. Daar zag ik haar regelmatig staan. Soms liep ik even met haar rond op de arm. Ze leek het heerlijk te vinden en oh… wat was ze licht. Wat zou ze eten op een dag? Ik vroeg me af wat ze zou denken en voelen. Wat waren haar mogelijkheden? Zou ze zich in haar vertrouwde omgeving kunnen ontwikkelen, net als mijn eigen dochter, of zou ze op een dag ook in een boot stappen met een hoofd vol dromen en de angst onderweg te verdrinken?

Na het bezoek aan de lagere school bleek dat de kinderen (waaronder mijn ‘vriendinnetje) slechts om de dag naar school konden. Er waren maar een paar lokalen, en de overheid zorgt pas voor een leraar als er een lokaal is. En een lokaal bouwen kost geld. En dat is er niet. Mijn eerste gedachte was: Hoe moeilijk kan het zijn? Ook al is het maar 1 lokaal. Niets doen kan altijd nog!

Is hulp bieden goed? In ieder geval is hulp bieden niet altijd even makkelijk: je hebt te maken met een andere cultuur, een ander tempo, andere wetten, andere mogelijkheden. Maar als er iets is wat reizen bij mij teweeg brengt is het dit: Nederlander, Tibetaan of Senegalees, we zijn allemaal mensen. En we willen grotendeels dezelfde dingen. Veiligheid. Gezondheid. Voldoende eten. Liefde. Mogelijkheden.

Ik wil me graag inzetten voor dit concrete project. We zijn goed voorbereid – hier en ter plaatse -, we hebben volop plannen en we zetten ons belangeloos in zodat al het geld op de juiste plek terecht komt. Want als ik kan bijdragen aan meer mogelijkheden voor de kinderen in Senegal, dan doe ik dat met liefde. Ik hoop u ook!